barnard.gif (1573 bytes)

  Brief uit Caïro, nummer 4, 21 september 1995

Waarin Hans en Willeke rondjes rijden op een ongezadeld Arabisch paard en weer naar Arabische les gaan.

Index
Vice versa
Home

vogel1.gif (367 bytes)Eénvogel2.gif (361 bytes)

Ik wilde eindelijk eens vertellen wat Willeke en ik hier de hele dag doen. Helaas - zowel voor dit verhaal als voor ons - ligt onze dagindeling nauwelijks vast. Dit ondanks het feit dat de eindeloos lijkende Egyptische zomervakantie deze week is afgelopen en alles en iedereen weer naar school of aan het werk is gegaan. Hiermee is ook voor het Nederlands Instituut het seizoen weer begonnen (Arabische les aan Nederlandse studenten, Nederlandse les aan Egyptenaren, archeologisch onderwijs en de lezingen op de donderdagavond). Resten de grote lijnen, die ik hier zal proberen te schetsen.

Onze dag begint om een uur of zes, als we ons naar Giza spoeden om in de nog onzichtbare schaduw van de piramides een rondje te galopperen op een ongezadeld Arabisch paard. Soms gaat Tarek, de zwaarlijvige en altijd in een zwarte jurk (zoals die in Egypte, onder de naam gallabya, door mannen gedragen wordt) geklede mede-eigenaar van de stallen, met ons mee om ons les te geven. Vaak gaan we echter alleen of met vrienden.

Behalve rijles hebben we ook weer Arabische les, soms 's morgens en soms 's avonds, soms thuis en soms op het Nederlands Instituut. 's Avonds gaan we regelmatig bij mensen eten of komen er mensen bij ons eten. Met de organisatie van de komende expeditie naar Berenike is dit hetgene dat Willeke en ik samen doen.


Waarin Willeke aan haar proefschrift wil werken maar hier van afgehouden wordt door allerlei klusjes.
 

 

vogel1.gif (367 bytes)Tweevogel2.gif (361 bytes)

Willeke wordt geacht tussen 9:00 en 14:00 aanwezig te zijn op het Nederlands Instituut en heeft dus, zeker naar Egyptische begrippen, luxe werktijden. Aangezien er momenteel geen studenten Egyptische archeologie zijn - het programma van twee maanden start slechts twee maal per jaar - had zij gehoopt zich geheel te kunnen wijden aan belangrijker zaken. Dat zijn haar proefschrift, diverse artikelen of hoofdstukken voor boeken en het verslag van de jongste expeditie naar Berenike. (Het verslag van de opgravingen in 1994 is immiddels te bestellen bij het CNWS, Postbus 9515, 2300 RA Leiden; ISBN 90-73782-41-4; prijs + ¦ 35,-).

Helaas wordt de rust verstoord door (en de tijd gevuld met) klusjes als het beantwoorden van brieven, het bestellen van boeken voor de bibliotheek, het afleggen van beleefdheidsbezoekjes, het lesgeven aan de studenten Arabisch (over het oude Egypte), het bijwonen van vergaderingen en meer van dat soort dingen. Omdat ook de was (voor zover die niet wordt uitbesteed) en het onderhoud van onze oude Toyota tot haar takenpakket behoren lopen de genoemde werkzaamheden door tot in de avonduren. Hiermee wordt de 40-urige, en vaak zelfs de 60-urige, werkweek ruim overschreden.


Waarin Hans probeert zich als arts te laten registreren, bij de Koptische Paus logeert, tekeningen van opgravingen maakt en het vóórkomen van suikerziekte in de Egyptische samenleving bestudeert.
 

 

vogel1.gif (367 bytes)Drievogel2.gif (361 bytes)

Wat ik zelf doe is moeilijker samen te vatten. Allereerst ben ik nog steeds bezig mijzelf in Egypte te laten registreren als arts. De bureaucratische rompslomp die daarvoor nodig is kan alleen iemand die hier wel eens geweest is zich voorstellen. Ik vrees dan ook dat het proces zal zijn afgerond - en ik hier een baantje als arts kan gaan zoeken - tegen de tijd dat we weer naar Nederland terug moeten. Dit is de reden dat ik nu tijd heb om brieven te schrijven, maar ook om mee te gaan met de expeditie naar Wadi al-Natrun.

Dit is een oase 125 km ten Noord-Westen van Caïro, waar Koptische monniken zich van oudsher terugtrekken voor ascese, meditatie en gebed. Tegenwoordig staan er nog vier kloosters (het moeten er vroeger veel meer geweest zijn), elk met meer dan 100 monniken. Deze komen op zondagochtend samen voor de mis. Eén van de reeds verlaten kloosters, vermoedelijk het eerste, wordt momenteel opgegraven en mij was gevraagd daarvan de tekeningen te maken.

We logeerden bij de Koptische paus (Shenouda III, één van de vier mensen op deze wereld die zich paus mogen noemen) die als 117e opvolger van Marcus patriarch van Alexandrië is. Hij woont in Caïro en heeft een residentie in Wadi al-Natrun, dit omdat de Koptische pausen regelmatig verbannen zijn geweest uit zowel hun officiële als hun werkelijke woonplaats (het laatst nog door Anwar Sadat, de vorige president van Egypte). De paus was overigens niet thuis toen wij er waren, hij is momenteel bezig aan een wereldreis om de Kopten in Zuid-Afrika, Australië en Canada te bezoeken.

Behalve de opgravingen, vlak ten noorden van het huidige Deir al-Baramus, werd er vanuit ons team ook onderzoek gedaan in de kerk van Deir al-Suriani. Hierbij werd ontdekt dat zich onder de huidige pleisterlaag ten minste twee, en waarschijnlijk drie, lagen muurschilderingen bevinden. Hiervoor wordt nu een reddingsprogramma opgesteld, waarbij de schilderingen uit één periode zullen worden blootgelegd en de andere worden verplaatst naar een nieuw te bouwen museum. De opgravingen brachten minder spectaculaire dingen aan het licht, maar over mijn tekeningen (plattegronden en profielen) ben ik heel tevreden.

Mijn onderzoek naar de waardering, binnen de Egyptische samenleving, van (patiënten lijdend aan) suikerziekte verkeert nog in het stadium van literatuuronderzoek. Daarbij heb ik reeds een aantal interessante ontdekkingen gedaan, waarvan ik in één artikel en twee lezingen verslag hoop te doen. Allereerst blijken er grote verschillen te bestaan, wat betreft de verspreiding van suikerziekte, tussen de bewoners van de Nijlvallei en de bewoners van de woestijn. In de Nijlvallei komt suikerziekte veel vaker voor dan in bijvoorbeeld West-Europa, terwijl de ziekte in de woestijn vrijwel onbekend is. Een mogelijke verklaring hiervoor is het verschil in leefwijze en voedingspatroon.

Daarbij concentreer ik mij op dat laatste, temeer daar in Egypte het verschil tussen voedsel en medicijnen veel kleiner is dan in Nederland. In de literatuur heb ik al 23 voedingmiddelen, specerijen en kruiden gevonden die een bloedsuiker verlagende werking hebben, en de meeste daarvan blijken al vanaf Faraonische tijden bekend te zijn. Of deze producten ook gebruikt worden wanneer de symptomen van suikerziekte zich voordoen, en of dat een verklaring is voor het feit dat het aantal patiënten met suikerziekte toeneemt met de beschikbaarheid van de moderne Westerse geneesmiddelen, is nog onduidelijk.

Tijdens de komende expeditie naar Berenike hoop ik, samen met de taalkundige van het project, een klein onderzoekje onder de Ababde-Bedouïn te doen om enig licht op deze materie te werpen. Voorlopig houd ik mij bezig met het vinden van geld voor dit project, en het kopen en fotograferen van de bestanddelen van mogelijke volksremedies. Hiervoor moet ik uiteraard eerst achter de Arabische namen komen.

Tegelijkertijd ben ik bezig met het samenstellen van een fotoserie over riskante gewoontes in Egypte. Dat zijn niet alleen wijd verspreide gewoontes als het voortdurende roken en het vette eten, maar ook meer schilderachtige als kleine kinderen die staand voorin de scooter meerijden of de slager die de radio in zijn winkel heeft aangesloten door twee stroomdraden vanuit de meterkast om de pootjes van de stekker te wikkelen.

Samen met het huishouden (Egypte is een land waar de WC moet worden afgestoft en het balkon gedweild) zijn ook mijn dagen overvol en verveel ik mij geen moment. Het enige schaduwrandje is dat ik geen inkomen heb en met Willeke's halve salaris redden we het eigenlijk net niet. We krijgen hiervoor echter voldoende compensatie zoals moge blijken uit onderstaand verhaal.


Waarin er vliegtuigen op onmogelijke tijden vertrekken, paspoorten vergeten zijn en in de kleine uurtjes boodschappen gedaan wordt.
 

 

vogel1.gif (367 bytes)Viervogel2.gif (361 bytes)

Eerder deze week brachten we twee van onze vriendinnen naar het vliegveld. Om onduidelijke redenen is van de meeste vluchten de aankomsttijd of de vertrektijd, en vaak beide, op een onmogelijk uur. Zo ook nu: opstijgen om 1:40 uur betekent dat je om 23:40 op het vliegveld moet zijn voor de nodige meer of minder symbolische handelingen. Ik vraag mij bijvoorbeeld af of er ooit wel eens iemand gered is door het voor elke vlucht gedemonstreerde zwemvest: wie heeft dat na een val van 10 km hoogte in een brandend vliegtuig nog nodig?

Vlak voor het parkeerterrein van het oude vliegveld (Terminal 1, in principe alleen nog gebruikt voor binnenlandse vluchten en de werkelijk goedkope maatschappijen) werden we, door de immer atieve vliegveld-verkeerspolitie, aangehouden voor een routinecontrole. Omdat Willeke meestal rijdt en pas op het laatste moment was besloten dat ik deze keer zou rijden, had ik mijn (internationale) rijbewijs thuis laten liggen. Na het tonen van het kentekenbewijs, dat deze keer voor de verandering eens in orde was, vroeg de agent mij om mijn rijbewijs.

Toen ik vertelde dat ik dat niet bij me had keek hij wat bezorgd, maar zijn blik klaarde op toen Willeke haar (Egyptische) rijbewijs toonde. Onmiddellijk daarop liet hij ons (of eigenlijk mij) doorrijden. Eén rijbewijs per auto was blijkbaar voldoende. De terugweg leverde verder geen problemen op en om 1:10 uur parkeerden we de auto zo dicht mogelijk bij ons huis.

Voor we naar bed gingen liepen we nog even bij de buurtwinkel binnen om brood, kaas, yoghurt, frisdrank en schoonmaakmiddel te kopen. Hoewel we al een tijdje niet meer in Nederland zijn geweest, en we niet precies weten wat het Paarse Kabinet in die tijd allemaal bereikt heeft, denk ik toch dat rijden zonder rijbewijs of 's nachts boodschappen doen daar nog niet tot de mogelijkheden behoren. Volgende keer meer over de kleine details die het leven in Egypte zo aangenaam maken.

Hans Barnard

Index
Vice versa
Home